Limburgse theater- en danssector zet voet aan grond in Nederland

7-02-2014 - # # # # # # # # # # # # #
dommelhof

Een delegatie Limburgse theatermakers en dansers heeft gisteren in de residentie van Belgisch ambassadeur Frank Geerkens in Den Haag gesprekken gevoerd met gevestigde producenten en programmeurs uit Nederland, dit met het oog op een mogelijke samenwerking. De ontmoeting kadert in het Limburgs cultuurbeleid, dat erop gericht is om talent van eigen bodem te ontwikkelen en over de grenzen te kijken. “Een uitwisseling met Nederland is voor jonge makers een uitgelezen kans om hun netwerk uit te bouwen en hun afzetgebied te vergroten”, aldus initiatiefnemend gedeputeerde van Cultuur Igor Philtjens.

De specifieke identiteit van Limburg maakt dat het provinciebestuur een belangrijke rol te vervullen heeft in de promotie en ondersteuning van cultuur, vindt gedeputeerde van Cultuur Igor Philtjens. “Wij hebben geen grootsteden, zoals Antwerpen en Gent, of Amsterdam en Rotterdam, die door hun grootschaligheid natuurlijke aantrekkingspolen zijn voor kunstenaars en creatieve talenten. Wij investeren in onze provinciale instellingen zoals het Gallo-Romeins Museum, Bokrijk, Dommelhof en Z33. Daarnaast zetten we in op talentondersteuning en op samenwerking. Niet alleen tussen beleidsdomeinen of gemeenten, maar ook tot over de grenzen.”

Limburg wil letterlijk en figuurlijk grensverleggende kunst in de kijker zetten. Vandaar de oversteek naar Den Haag: om er een Nederlands netwerk uit te bouwen en internationale contacten te leggen. Philtjens: “Ook al is Nederland dichtbij en is er geen taalbarrière, het blijft een hele opgave om over de grens contacten op te bouwen. Ik wil via cultuur bruggen bouwen tussen onze regio’s. Ik zie verbindingen, geen grenzen.” Limburg staat voor grote uitdagingen. Via het SALK-fonds wordt geprobeerd om Limburg sterk te houden en sterker te maken. De provincie evolueert ondertussen van een industriële economie – met Ford en de steenkoolmijnen als uithangborden – naar een slimme en innovatieve maakindustrie. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de creatieve economie. Philtjens: “In Limburg is de kentering ingezet. De oude industriezone aan het Albertkanaal in Hasselt ontwikkelt zich tot een hip creatief kwartier voor jonge ondernemers, studenten en kunstenaars. Ook Theatermakershuis De Queeste heeft er zijn thuisbasis. In Genk is de voormalige steenkoolmijn van Winterslag herbestemd als creatieve site onder de naam C-mine.”

Limburg biedt ook een steeds betere voedingsbodem voor theatermakers en dansers om binnen de eigen provincie voorstellingen te maken. Dit talent laat zich – gelukkig maar – niet tegenhouden door landsgrenzen. Denk maar aan het gezelschap tmg LAP van Inge Liefsoens, dat ook in de Nederlandse zalen scoort; Naomi Velissariou, die voorstellingen in TAKT Dommelhof maakte en zich professioneel verbindt met het Amsterdamse Frascati Producties; Els Roobroeck, die een ontwikkelingssubsidie Nieuwe Maker van het Nederlands Fonds Podiumkunsten heeft ontvangen; en Joke Emmers, die een jaar geleden in doorbrak bij onze noorderburen in de dramaserie “Charlie”.

De volledige lijst van aanwezigen: Limburgse theatermakers en dansers: Joke Emmers, Els Roobroeck, Judith Clijsters, Ciska Vanhoyland, Gorges Ocloo, Daan Cupers, Lies Serdons, Marijke De Kerf, Daniel Sikora, Ilmer Rosendaal, Hendrikx Peter, Christine Verheyden, Bram De Win, Inge Kerfs, Sandra Carota, Laurence Stas en Breg Horemans; Nederlandse producenten en programmeurs: Maaike van Langen (Over het IJ festival), Lisa Wiegel (de nieuwe vorst), Suzy Blok (dansmakers Amsterdam), Arda van der Steen (Steen Impresariaat), Bojana Mladenović (het veemtheater), Benoit Vanraes (SoAP), Heleen Volman (Dans Brabant), Frans Lommerse (toneelschuur Haarlem), Tanja Elgeest (productiehuis Rotterdam), Kees van Leeuwen (theater ins Blau), Marie-Anne Rudolphi (via Rudophi), Marc van Warmerdam (Orkater), Piet Menu (de brakke grond), Jolanda Spoel (Maas theater en dans), Geert Overdam (Boulevardfestival) en Leonie Clement (Festival Cement).