Bouwen voor de kunst

12.11.2017 | # # # # # # # 
Deel dit bericht
Nieuwbouw Z33

Verouderde infrastructuur als aanleiding voor een masterplan voor de begijnhofsite
Toen kunstencentrum Z33 in 2002 van start ging in de begijnhofsite van Hasselt deed ze dit in reeds verouderde begijnhofhuisjes en een museumgebouw uit 1958 dat niet meer voldeed aan de verwachtingen van een publiek inzake hedendaagse tentoonstellingsbezoek: de toegang van de gebouwen was stedenbouwkundig gezien slecht gepositioneerd weg van de stad, de onthaalruimte was te klein en te beperkt, het sanitair was ondermaats, de toegankelijkheid voor personen met beperkingen was onvoldoende, de productieruimtes waren te klein, er was geen lift, enz…

Het museumgebouw, de begijnhofhuisjes, het poortgebouw en de begijnhoftuin waren toe aan een renovatie en restauratie om een duurzame toekomst van de site te verzekeren. In plaats van oplapwerk koos de provincie Limburg voor een masterplan dat door architect/kunstenaar Jozef Legrand werd opgemaakt in de periode tussen 2004 en 2008. Dit masterplan voorzag een vernieuwde infrastructuur voor het kunstencentrum door het bestaande tentoonstellingsgebouw te renoveren en uit te breiden met een nieuwe vleugel waardoor het gebouw zich beter kon verhouden tot de stad, en vervolgens een nieuw invulling voor de leeggekomen huisjes.

Investeren in culturele infrastructuur = investeren in de toekomst van Limburg
Vandaag is investeren in een renovatie en een nieuwbouw voor de kunsten in de provinciehoofdstad Hasselt meer dan ooit actueel en noodzakelijk:

De ‘Vlaamse culturele ruit’
In tegenstelling tot andere Vlaamse centrumsteden en/of provinciehoofsteden als Gent, Antwerpen, Leuven, Mechelen, … heeft Hasselt geen performante tentoonstellingsinfrastructuur voor de professionele kunsten. Ze kan met een renovatie en uitbreiding van de bestaande cultuursite alvast een noodzakelijke inhaalbeweging maken. Want musea en evenementen in centrumsteden zijn een motor voor het toerisme waar heel de stad en de regio wel bij vaart. Ook dragen ze bij tot het imago van een stad en een regio.

Waar in de ‘Vlaamse culturele ruit’ (Gent-Antwerpen-Leuven-Brussel) het vaak de Vlaamse Gemeenschap is die investeert in culturele infrastructuur, is het in Limburg het provinciebestuur die de financiële schouders onder de renovatie en uitbreiding van het begijnhof en Vleugel 58 heeft gestoken.

Inhaalbeweging
Want de Limburgse kunsten- en cultuursector heeft nog een hele inhaalbeweging te maken om voldoende financiering vanuit Vlaanderen naar de regio te halen en de sector op een duurzame manier te laten groeien en te verbreden. Maar ook de Limburger moet evenveel kansen krijgen als de rest van de Vlamingen als het gaat om kunst- en cultuurbeleving in zijn of haar centrumsteden. Het kan niet zijn dat de Limburger zich daarvoor moet verplaatsten tot buiten de regio, de knelpunten inzake de mobiliteit en openbaar vervoer van en naar de provincie nog buiten beschouwing gelaten.

Hardware en software
De provincie Limburg heeft dan ook niet stil gezeten en is alvast gestart met de investering in de renovatie en de uitbreiding van de begijnhofinfrastructuur. De hardware. De software is voor Vlaanderen en de Limburgse steden om de verdere doorgroei van organisaties als Z33 te realiseren, aangezien cultuur sinds 2018 geen bevoegdheid meer is van het provinciale bestuursniveau.

Om Limburgse kunstenorganisaties en erfgoedinstellingen echt te laten doorgroeien en een nationale rol van betekenis te laten spelen, is een performante infrastructuur een noodzakelijk instrument. Hierdoor kunnen deze instellingen zowel meer Vlaamse cultuurmiddelen naar Limburg halen en deze structureel verankeren, als meer bezoekers en toeristen van buiten de regio naar hier halen.

Hefboom voor nieuwe projecten en ontwikkelingen
Op deze manier verdient de provincie haar investering op termijn economisch meer dan terug. Daarbij is een vernieuwde infrastructuur op haar beurt ook weer een hefboom voor nieuwe projecten en ontwikkelingen. De provincie Limburg doet met zijn investering in de begijnhofsite bijgevolg een injectie in de kunstensector die op korte termijn reeds rendeert.

Door te bouwen voor de kunstensector kan de provincie Limburg alsnog de kunstensector ondersteunen en de Limburgse regio mee op de kaart houden als biotoop en interessante regio voor innovatie en experiment en om nieuwe investeringen in de regio mogelijk te maken.

Culturele infrastructuur, zowel voor de kunsten als voor erfgoed is nodig om het imago en het netwerk te ondersteunen van de hogescholen en de universiteiten, waardoor ook zij verder kunnen doorgroeien en studenten en onderzoekers kunnen blijven aantrekken.

Bouwen aan de toekomst
De investeringen die de provincie Limburg doet in culturele infrastructuur is tevens ook belangrijk om de braindrain van hoger opgeleiden uit onze regio een halt toe te roepen. Deze mensen moeten opnieuw worden uitgedaagd binnen onze regio, en kunst en cultuur speelt daar, naast werkgelegenheid en andere stedelijke ontwikkelingen, een belangrijke rol is.

Maar uiteindelijk spelen deze cultuurplekken ook een zeer belangrijke rol om een divers toeristisch aanbod vanuit deze regio te kunnen aanbieden naast onze prachtige landschappen. Door te bouwen voor de kunsten, met projecten zoals het begijnhof, bouwt de provincie dus letterlijk mee aan de toekomst van onze regio.